Hengelsport “Een kijkje in de keuken” (deel 2)

Hengelsport  “Een kijkje in de keuken” (deel 2)

Wedstrijdvissen aan het strand met Marco Oreel

“Een kijkje in de keuken” (deel 2)

 

Beste zeevissers,

Dit is het 2e deel van mijn blog over het wedstrijdvissen.

Gisteren heb ik een opname gehad voor VisTV XL. Druk dagje kan ik zeggen. Lekker op pad geweest met Thom Beentjes. Over deze uitzending hou ik jullie op de hoogte! Hier zit zeker veel info in voor de beginnende zeevissers!

Waar moet je opletten als je een molen aanschaft?

Alle bekende merken hebben goede zee molens in hun assortiment zitten. Zelf vis ik met een Penn Conflict II 7000 zeemolen.
Vorige week hebben we het gehad over de hengelkeuze, deze is zoals ik schreef geheel persoonsgebonden.
Dit geldt ook voor de zee molens. Een molen onder de 100 euro is een prima “beginnersmolen”. Hiermee kun je zeker goed mee uit de voeten maar je kunt hiervan niet verwachten dat deze 20 jaar meegaat!

Wat zeer belangrijk is, is hoe spoelt de molen zijn draadje op.” Ja, heel simpel “ hoor ik jullie denken, de molenkop gaat op en neer hierdoor komt je draad op je spoel te zitten. Dat is in zekere zin waar, maar bij de goedkopere molens gaat dit even snel. Je snoer komt dan niet zo netjes op je spoel te zitten. Dit merk je vooral met het inwerpen, het snoer loopt er dan niet altijd lekker van je spoel af.

Bij de wat duurdere molens wordt het draad kruislings opgespoeld met een moeilijk woord noemen fabrikanten dit vaak slow oscillation. De molen kop gaat dan langzaam naar boven en sneller naar beneden. Hierdoor wordt je vislijn niet naast elkaar opgespoeld, maar kruislings op de spoel. Hierdoor trekt je lijn niet meer in elkaar tijdens het binnen draaien van bijvoorbeeld een zwaar stuk wier aan je onderlijn.

Ook zal de werpafstand toenemen, door het beter opspoelen van de lijn krijg je een betere lijnafgifte. Minder wrijving tijdens het werpen. En ja, zeevissers houden ervan om af en toe ver te kunnen werpen! Tijdens het wintervissen is het vaak, de verste werpers vangen de meeste en grootste vissen.

Het materiaal aan de buitenkant is vaak van kunststof, dat is meestal wel zoutbestendig. Mits je goed voor je materiaal zorgt. Na het vissen je molens onder de lauwe kraan afspoelen. Daarna droogmaken met een doek en licht inspuiten met siliconenspray. (geen hele air brush tekening maken J) maar je draaiende delen licht inspuiten. Denk dan aan je molenknop en natuurlijk je lijnrol.

Maak 1 keer in de maand je lijnrol los en maak hem schoon! Droge doek, oude vetresten wegpoetsen en opnieuw voorzien van een druppeltje olie en weer in elkaar schroeven.
Tip: voordat je je lijnrol losmaakt van je beugel, maak je eerst even een foto met je mobieltje. Dan weet je precies nog waar het busje, schroefje, lagertje zat.

Hoeveel kogellagers heeft een molen nodig? Tja, sommige molens hebben wel 10 kogellagers.
Belangrijk is dat er kwaliteit lagers worden gebruikt.
Ook de vorm van de spoel is belangrijk. Hoe dunner de spoelrand des te minder wrijving je hebt tijdens het werpen. Tegenwoordig zijn de spoelen prima! Wanneer je een backing moet zetten (opvulling voor je spoel) gebruik je oud nylon. GEEN TOUW OF KOORD GEBRUIKEN! Dit materiaal neemt vocht op, erg grappig als je gaat vissen in de vrieskou. Je molenspoel kan dan barsten door het uitzetten van de backing.

Zorg ervoor tijdens het opspoelen van je uiteindelijke vislijn dat je ongeveer 3 mm. overhoud van je spoelrand.

De beste manier van het opspoelen is: Pak een onderstuk van een boothengel, zet je molen erop, draadje door het startoog. En vraag aan een 2e persoon om je spoeltje met draad vast te houden. (aan het randje van de spoel) Laat je draad tegen de klok in aflopen. Pak een oud vochtig washandje en spoel je nieuwe lijn zo op je molen. Je krijgt nu ook geen kinken in je lijn. Deze methode is alleen nodig voor nylonlijnen. In gevlochten lijnen zit geen geheugen. Deze kun je in een emmer doen met een beetje water en dan gewoon opspoelen.

Wanneer je je molens een winterslaapje geeft, dus een langere tijd niet gebruikt moet je je slipknop los draaien. Hierdoor voorkom je dat je slipschijven vast gaan zitten. Trouwens, nooit olie of anders smeermiddelen bij je slipschijven gooien. Daar gaan ze kapot van.

Als je nog meer infomatie wil weten over het aanschaffen van de molen dan ga je gewoon naar je favoriete hengelsportwinkelier. Daar kun je ook gelijk je molen “voelen” en vol laten spoelen met vislijn. Ook als er iets mis is met je materiaal kun je makkelijk terug naar de winkelier.

Welke onderlijnen gebruiken wedstrijdvissers?

De meest gebruikte onderlijnen zijn de wel bekende “dwarrellijnen/wapperlijnen”. Je kunt ze maken met een t-swivel, een kleine tonwartel tussen twee kralen enz. enz. Het principe blijft hetzelfde een lange onderlijn (tot wel 2 meter) voorzien van lange of korte wapperlijnen.

Op de wintervis worden daar in tegen vaak weer korte wapperlijnen gebruikt. Maak de lengte van je onderlijn (60/00 nylon) ongeveer 1 meter. Verdeel hier 3 wapperlijntjes van 15 cm op. In zeeland vissen we vaak met dikke haaklijnen (45/00) in de kleur geel. Haak nummer 4 of 6 en klaar is je winterlijn.
Deze lijn heeft 2 voordelen, door de korte afstand tussen je haaklijnen kun je voedselnijd opwekken bij de vis. Werkt goed bij de wijting!

Verder heeft een onderlijn van 1 meter minder weerstand tijdens het werpen. Je afstand wordt dan groter en kun je de wintervis bereiken. Want wat van ver komt is lekker!


In de zomermaanden maken we de onderlijnen langer tot wel 2 meter. Ook kunnen de haaklijnen dan langer zijn,  variërend tot wel 80 cm. Bij stroming kun je wat dikkere haaklijnen gebruiken. 30/00 of 35/00. Je haaklijnen liggen dan wat rustiger op de bodem. Neem dan geen lijnen van 80 cm. maar maak ze ongeveer 40 cm. Boven je haak kun je een gekleurde kraal zetten of een andere versiering om de vis extra te triggeren.

Bij weinig of geen stroming kun je juist er voor kiezen om een dunnere haaklijn (20/00 of 25/00) te monteren. Ook maak je de lengte wat langer tot wel 80 cm.  Bij gebruik van langere haaklijnen word je onderlijn automatisch langer. Om nog meer beweging in je lijn te krijgen kun je een drijfkraal gebruiken boven je haak.

Bij veel wind en stroming word er vaak een metalen afhouder ingezet. Hierdoor blijft je lijn toch wat stabieler op de bodem liggen en gaan je haaklijnen (35/00) niet in de knoop. Wat dan wel vaak voorkomt bij de wapperlijnen. Want liggen je lijnen in de knoop op de bodem dan vang je geen vis!
Zet je hengel zo hoog mogelijk verticaal in je hengelsteun! Dan heb je het minste last van vuil in je lijn!

Verder is het tijdens wedstrijden veel experimenteren met onderlijnen, dikte haaklijnen, kleur, lengte onderlijn, type lood, aas enz. enz.
De ene keer vang je goed op lange wapperlijnen in de kleur rood, een week later vang je met de zelfde lijnen geen staart. En aast de vis juist weer op onderlijnen zonder toetsers en bellen.

Het blijft vissen en dat maakt het spelletje juist leuk. Bij een viswedstrijd komt het neer op de juiste tactiek toepassen en je loting. EN NIET TE VERGETEN EEN GROTE DOSIS GELUK!

Ik hoop dat ik jullie een kijkje heb kunnen geven in de keuken van een wedstrijd visser! En dat er veel bij komt kijken.

Voor vandaag een gezellige Koningsdag en misschien vang je juist wel vis aan een oranje onderlijn!

Groeten en vang ze!

Marco Oreel

VISTV Vrouwenpolder>>>

 








Reacties

Wees de eerste om te reageren...

Laat een reactie achter
* Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
* Verplichte velden